Radiator. Stadsverhalen:  modern en moraliserend

De novellebundel Radiator van Jan Sonnergaard (1963) sloeg in 1997 in als een bom in het anders zo vredige Deense literaire leven. Zowel onder literatoren als daarbuiten werd er veel en heftig gediscussieerd over dit boek met die vreemde titel. De satirische en (meer dan) realistische novellen van Sonnergaard, met hun onverbloemde taalgebruik, werden een begrip. Radiator is een heel toegankelijk en onderhoudend boek, waarin de schrijver de lezer écht iets te vertellen heeft. Zo’n mix werd als een verademing ervaren en de Deense recensenten en lezers waren zo enthousiast over Radiator, dat het in recordtijd bovenaan de Deense bestsellerlijsten stond. Drie jaar later gebeurde hetzelfde met de opvolger, de novellebundel Sidste søndag i oktober (De laatste zondag van oktober).

 

Het vernieuwende van de novellen van Sonnergaard is de sterke combinatie van verhalen met een boodschap en dat ze geschreven zijn in een taal en stijl die blijft boeien. Weliswaar zingt David Byrne van The Talking Heads – een van Sonnergaards muzikale inspiratiebronnen – “Stop making sense”, maar voor Sonnergaard geldt het tegenovergestelde: hoe meer “making sense” hoe beter. Sonnergaard richt zich daarbij vooral tegen hen die het in de maatschappij voor het zeggen hebben. Een goed voorbeeld daarvan is de novelle Deens eterniet, Aalborg, waarin invloedrijke zakenlieden en politici op bijna griezelige wijze over hun machtsmisbruik vertellen, zonder ook maar een greintje berouw te tonen.

 

De novelle Diefstal is een politiek verhaal, maar niet in enge partijpolitieke zin. Het gaat over een groepje jonge mensen, waaronder de verteller zelf, die in verzet komen tegen hun omgeving, terwijl het de lezer van meet af aan duidelijk is dat ze daarin niet zullen slagen. De slotwoorden van het verhaal, “det hér danner vist præcedens!”, is een soort lijfspreuk voor deze jongeren. Maar omdat er na hun wildemanstocht door de grote stad in feite niets verandert, klinkt hun boodschap hol en daarom des te ongeloofwaardiger.

 

Naast zijn maatschappelijk georiënteerde kritiek – o.a. op de overal aanwezige hebzucht – stelt Sonnergaard ook andere, minder voor de hand liggende, menselijk gebreken aan de kaak, zoals ongelijkwaardigheid in de verhoudingen tussen mensen onderling. Dit blijkt bij voorbeeld uit het verhaal Ingeschreven 1-9-1982, spook waarin de uitspraak voorkomt “het is onmogelijk een fatsoenlijk persoon met succes te ontmoeten”. Sonnergaard doelt hier op het academische milieu, maar de uitspraak heeft voor hem algemene geldigheid. Sonnergaard kent de universitaire wereld overigens goed, omdat hij is afgestudeerd in de literatuurwetenschap en filosofie aan de universiteit van Kopenhagen.

 

Verder stelt Jan Sonnergaard graag het cynisme aan de kaak waarmee mannen en vrouwen soms met elkaar omgaan. Ook in de relaties tussen de seksen gaat het immers vaak om macht en om wie de sterkste is. Dit thema staat onder meer centraal in verhalen als: Kimono-My-House, Woensdagochtend bij Annette, Seks en We schrijven 1995…en het wordt nog beter. Het sterkst komt het menselijk onvermogen tot uiting in de novelle De laatste zondag van oktober, waarin het verassende is dat het gaat over de onverschilligheid van de zieke hoofdpersoon tegenover zichzelf. In veel van de novellen van Sonnergaard doen zich humoristische momenten voor, maar in deze afsluitende novelle valt er bitter weinig te lachen.

 

De verhalen van Sonnergaard werpen een kritische blik op een samenleving waarin machthebbers – overal en op alle niveaus – hun macht zonder schroom misbruiken, en waarin sommigen alles hebben en anderen niets. Er is echter geen sprake van het soort politieke protestliteratuur, zoals in de jaren ‘70, met panklare marxistische antwoorden in overvloed. Dáár is helemaal geen sprake van bij Sonnergaard. Hij is veeleer een échte moralist, die je erop wijst dat je je medemens en je omgeving moet respecteren om misstanden te voorkomen en om tot meer rechtvaardigheid te komen.

 

Naast de inhoud speelt ook de vorm bij Sonnergaard een grote rol, hetgeen bijvoorbeeld blijkt uit de novelle Gilleleje Strand, die op een raadselachtig metatekstuele en postmoderne manier eindigt. Zo houdt Sonnergaard ook qua vorm zijn lezers op de punt van hun stoel.

 

De titel van zijn eerste novellebundel, Radiator, is niet toevallig gekozen. Ook de titel is een uiting van zijn tegendraadsheid. Met de keuze van deze titel reageerde Sonnergaard namelijk op een uitspraak van de voormalige directeur van de Deense schrijversvakschool in Kopenhagen, die beweerde dat sommige woorden zo onpoëtisch zijn, dat ze niet voor literair gebruik in aanmerking komen. Als voorbeeld noemde hij het woord “radiator”. Om de onjuistheid van die stelling te bewijzen, koos Sonnergaard er voor om zijn eerste boek juist dit “onmogelijke” woord als provocerende titel mee te geven.

 

Sonnergaard zette zich met de stijl van zijn novellen ook af tegen het zogenoemde ‘minimalisme’ dat zich in de Deense literatuur van de jaren ‘90 sterk manifesteerde. In talrijke interviews heeft Sonnergaard dit minimalisme bekritiseerd als uitingen van artistieke bloedarmoede en literaire smetvrees voor de werkelijkheid van alledag. Daar wilde Sonnergaard iets tegenover stellen, vandaar dat hij begon met het schrijven van herkenbare en realistische verhalen. Dat realisme drijft hij soms zó ver, dat het omslaat in zijn tegendeel en surrealistische en groteske trekken gaat vertonen. Zo kan de lezer zich afvragen of het überhaupt wel mogelijk is, om zoveel te stelen als in het begin van Diefstal wordt beschreven. Maar het gaat Sonnergaard natuurlijk vooral om de symboliek en die wordt juist door de overdrijving versterkt.

 

Sonnergaards sociale en maatschappelijke engagement komen duidelijk in zijn verhalen tot uiting en ook buiten de literatuur treedt hij veelvuldig op als een geëngageerde criticus met een duidelijke mening. In de media becommentarieert hij ook politieke ontwikkelingen. In die rol baarde Sonnergaard veel opzien, door in een interview in de Deense krant Politiken de twee meest prominente politici van de rechtse Deens Volkspartij als “landverraders” te bestempelen, vanwege hun krasse uitspraken over buitenlanders. Volgens Sonnergaard gooiden zij daarmee de reputatie van Denemarken in het buitenland te grabbel. De beide politici daagden Sonnergaard daarop voor de rechter, maar hij won de zaak, onder grote mediabelangstelling.

 

Na Radiator en Sidste søndag i oktober hebben ook anderen boeken geschreven in de trant van Radiator. Maar ere wie ere toekomt: de eerste was Jan Sonnergaard. Zijn derde boek wordt in 2003 verwacht en daarmee zal dan zijn novelletrilogie voltooid zijn. Met deze publicatie van een aantal novellen uit Radiator en Sidste søndag i oktober wordt het Nederlandstalig lezerspubliek de mogelijkheid geboden om nu al kennis te maken met de buitengewoon spraakmakende novellen van Jan Sonnergaard. 

 

Groningen, januari 2003

Anders Bay

Docent Deens, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

 

Terug