De auteur Hans Christian Andersen

Als auteur neemt Andersen een tussenpositie in in de Deense literatuurgeschiedenis tussen de Romantiek van het einde van de 18e – begin 19e eeuw en het Realisme van het eind van de 19e eeuw. De periode daartussen wordt in Denemarken Romantisme genoemd.

In het werk van Andersen zijn kenmerken van alle drie periodes terug te vinden, waarmee tegelijkertijd aangetoond wordt hoe lastig het is de geschiedenis in vaste periodes te verdelen. Andersen is een van die auteurs die in zijn eigen tijd grenzen overschreed.

 

Andersen zag zichzelf als een vooruitstrevend auteur en als een vertegenwoordiger van de moderne stroming die zich afzette tegen de nog volop heersende Romantiek.

Deze moderne stroming hield zich bezig met de complexe psychologie van en het verborgene in de mens, met het schilderachtige en het exotische. Hoewel het Romantisme kenmerken met de Romantiek gemeen heeft, vormden de realistische beschrijvingen van situaties in het heden een duidelijke breuk.

Ruwweg gesteld keek de Romantiek terug naar een roemrijk verleden en beschreef helden en hun heldendaden uit voorbije tijden, een terugverlangen naar de goede, oude tijd.

 

Zowel de idealen van de Romantiek met zijn visie op eenheid en samenhang als de opvattingen van het Romantisme met zijn dualisme en gespletenheid zijn terug te vinden in het werk van Andersen. Zelfs aspecten die in het Realisme van het eind van de 19e eeuw belangrijk worden zijn al bij Andersen aanwezig.

 

Dualisme is sterk vertegenwoordigd in zijn werken, zowel een modern realisme en geloof in de toekomst als cultuurpessimisme en een dosis melancholie.

 

Hoofdthema’s

In het werk van Andersen zijn een aantal hoofdthema’s te onderkennen (ik volg hier de beschrijving van Johan de Mylius: zie bronvermelding).

 

Sociaal

Andersen is zich zijn hele leven bewust geweest van zijn eigen sociale afkomst. In zijn werk komen diverse voorbeelden voor van beschrijvingen van het leven aan de onderkant van de samenleving. Denk aan het verhaal: Het meisje met de zwavelstokjes. Ook in zijn romans krijgt het thema aandacht, zoals in De Improvisator de beschrijving van het armoedige leven op de Romeinse Campagne.

Op dit punt voelde Andersen een sterke verwantschap met Charles Dickens.

 

Natuur

De natuur is een belangrijk onderwerp in Andersens werk. De natuur is zijn maatstaf voor kunst, menselijkheid en samenleving en vormt een bron van inzicht. Andersen schildert en bezingt de Natuur (met een hoofdletter), niet alleen in al zijn schoonheid, maar ook met zijn wrede, onbarmhartige kanten. In De Improvisator, zijn eerste roman, is de lavastroom van de Vesuvius waardoor dorpen worden weggevaagd evenzeer een onderwerp als de schitteringen van de kristallen in de Blauwe Grot op Capri.

 

Religie

Religieuse opvattingen komen regelmatig aan bod bij Andersen. Andersen was een religieus mens, niet als trouwe kerkganger, maar religieus in de betekenis dat de zin van het leven en het leven na de dood hem sterk bezighield.

Hij was het niet eens met het dogma van de heilige drie-eenheid. Volgens Andersen was God één en ongedeeld. Het dogma van de opstanding van het vlees op de dag des oordeels vond hij onzinnig en evenmin geloofde hij in een eeuwige straf in de hel, omdat dat onverenigbaar was met Gods liefde.

Hij was overtuigd van de onsterfelijkheid van de ziel en in het bestaan van een God die hem voortdurend leidde op zijn weg, ook in slechte tijden.

 

Dood

Een onderwerp wat regelmatig terugkeert in dichtvorm, sprookjes en romans.

 

Liefde

De vorm die de liefde bij Andersen aanneemt is vaak de onuitgesproken en de onmogelijke liefde of zelfs de nederlaag van de liefde.

 

Poëzie

Andersen formuleert op meerdere plaatsen in zijn werk opvattingen over kunst en poëzie, waarbij hij de poëzie beschrijft als iets hoogs en heiligs, iets goddelijks (de goddelijke poëzie), een bindende kracht in het leven. Maar hij beseft ook dat kunst op illusie is gebouwd.

De tegenstelling tussen het leven en de kunst is een meerdere keren terugkerend thema in zijn romans, waarbij de ene keer de hoofdpersoon zijn kunst opgeeft om het leven van echtgenoot te leven (De Improvisator), de tweede keer zijn levensvervulling vindt in de kunst (O.T.) en een derde keer ten onder gaat aan het leven als kunstenaar (Kun en spillemand).

 

Groei van jeugd naar volwassenheid

De traumatische bindingen aan de jeugd en de moeilijkheden die het proces van volwassen worden met zich meebrengen, worden door Andersen als een van de eerste Deense auteurs psychologisch beschreven.

 

Menselijk gedrag

Andersen was een scherpe observator. In zijn werk zijn vele ironische en satirische beschrijvingen te vinden van alledaags menselijk gedrag. Hij bespiedde zijn omgeving, het doen en laten van mensen en beschreef wat hij waarnam. In een paar woorden wist hij een beeld te schetsen van het menselijk gedrag in alledaagse situaties, van wat mensen voor elkaar verbergen en geheim proberen te houden, hoe mensen over elkaar praten en roddelen.

 

Kritiek

Andersen had een gespannen relatie met zijn critici. Hij trok zich kritiek sterk aan, de positieve zowel als de negatieve.

Andersen voelde zich vaak onbegrepen in Denemarken.

Door zijn tijdgenoten werd hij bestempeld als een naïef auteur, vooral na het verschijnen van zijn eerste bundel met sprookjes. Hij werd ook beschouwd als een natuurtalent met veel gevoel, maar zonder nuchter overzicht over zijn onderwerpen.

Vorm en inhoud van Andersens werk week af van de heersende opvattingen bij delen van de culturele elite in toenmalig Kopenhagen, die een perfecte vorm en een intellectuele inhoud als ideaal hadden. Andersen zocht en vond een eigen vorm en inhoud die losser en vrijer was dan wat gangbaar was.

 

Een pregnant voorbeeld van het onbegrip voor Andersens werk is het debuutwerk van Søren Kierkegaard uit 1838, waarin de derde roman van Andersen wordt becommentariëerd. Volgens Kierkegaard kent de roman geen vaste lijn en vereenzelvigt Andersen zich teveel met de hoofdpersoon, die evenals Andersen teleurgesteld is in het leven.

Kierkegaard mist in de roman een levensbeschouwing die het leven van de hoofdpersoon vormgeeft in een betekenisvolle heelheid, verteld in een opbouwend verhaal. Het leven dient betekenisvol en samenhangend te worden verteld, want zo is het leven, samenhangend en geordend, aldus Kierkegaard. En het doel voor elk individu is zijn plek te vinden in die ordening.

Hiermee vertolkt Kierkegaard de kern van de ideologie in Denemarken in de eerste helft van de 19e eeuw, de Romantiek. Andersen is die fase echter al voorbij. Zijn roman gaat juist in tegen die samenhang en de harmonie van het optimistische wereldbeeld. En daarmee is Andersen in lijn met een opkomend Europees modernisme.

 

Een deel van de kritiek die Andersen in zijn tijd kreeg, sloeg op zijn vermeende ijdelheid. Andersen had net als iedereen zijn zwakheden en juist daarop werd hij bekritiseerd.

Andersen zou volgens zijn critici niet in staat zijn zijn onderwerpen objectief te benaderen. Hij zou zich niet in voldoende mate buiten zijn object kunnen plaatsen, waardoor hij het overzicht kwijtraakt. Er was teveel Andersen aanwezig in zijn verhalen.

Andersen verwerkte eigen ervaringen in zijn werk, iets wat tegenwoordig heel normaal wordt gevonden, maar in zijn levenstijd ongebruikelijk was. Andersen was zich deze kritiek goed bewust en gebruikte het vervolgens weer. In een passage in De Improvisator waar de hoofdpersoon, Antonio, een gedicht voorleest over Koning David dat begint met het herdersleven van David, gebruikt Antonio zijn eigen ervaringen. De reactie van zijn publiek is dat Antonio het in zijn gedichten altijd over zichzelf heeft: ‘Hij moet er ook altijd zelf in voorkomen’, klaagt een van de toehoorders.

 

 

Jan Baptist, december 2004

 

 

Bronnen: Johan de Mylius, Hans Christian Andersen, forfætterportræt, Arkiv for Dansk Litteratur op www.adl.dk

               Lars Bo Jensen, 2003, kritik af H.C. Andersen, op www.andersen.sdu.dk, de site van de

               Zuiddeense universiteit in Odense.

 

 

 Terug